Procesevaluatie
We meten de effecten en impact van met name de werkwijze die we aanbieden aan de netwerken. Daarnaast kijken we ook naar de effecten van de gekozen doelen en activiteiten door de netwerken zelf. We gebruiken hiervoor het RE-AIM framework. RE-AIM is een raamwerk wat gebruikt kan worden voor het plannen en evalueren van gezondheidsinterventies, welke helpt in het evalueren van het bereik, effect, adoptie, implementatie en verankering van de interventie.
De data worden gedurende het project opgehaald door middel van vragenlijsten, interviews, focusgroepen en kwantitatieve data.
Bewoner Linda (Lunetten)
“Mijn wereld gaat weer open na heel veel persoonlijke problemen, ik voel me meer betrokken en heb het gevoel dat ik mee mag doen.”
POH
“Ik zie nu dat het echt maatwerk is, met name wanneer ik mijn leefstijladvies inzet. Iemand moet echt enige motivatie hebben en op het punt staan te gaan zoeken.”
Bereik
Wat is het bereik van het project m.b.t. netwerkleden en cliënten met lage SES door de verschillende onderdelen van de werkwijze? En wat zijn kansen en barrieres. Welke vaardigheden of rollen zijn nodig in een netwerk om met de werkwijze te werken en wat zijn belangrijke mechanismen van impact?
Effectiviteit
In hoeverre heeft het project het beoogde effect behaald op zowel de netwerkleden als cliënten met lage SES? We kijken bijvoorbeeld naar samenwerking, inzicht in de doelgroep en daadwerkelijk beter passend aanbod in de wijk. Ook zijn we benieuwd of de gekozen oplossingen anders zijn dan eerder gekozen oplossingen.
Adaptatie
In hoeverre passen de netwerken de werkwijze, hulpmiddelen en inzichten toe in hun werk tijdens het de looptijd van het project? Binnen netwerkstructuur, maar ook in andere werksettings? En wat is nodig of bevorderend voor deze adoptie?
Implementatie
Is de implementatie verlopen zoals gepland? Wat is er aangepast en waarom? Wat zijn de bevorderende en belemmerende factoren voor kwaliteitsvolle implementatie? Welke tijdsinvestering en kosten zijn nodig om de werkwijze te implementeren?
Borging
Is de werkwijze geschikt om te behouden en op te schalen? En wat zijn belemmerende en bevorderende factoren voor het verankeren van de werkwijze in zowel de netwerken als in de stad.
Onderzoeker Annemarieke
Geleerde lessen tot nu toe
Uiteraard kunnen we nog geen conclusies trekken, maar we hebben wel al drie belangrijke lessen geleerd die we graag delen.
1. De juiste timing en tone of voice
Een mens bevindt zich in een zogenaamde passantenfase en is dan niet bewust bezig met bijvoorbeeld een leefstijldoel. Zodra dit moment zich aandient verplaatst iemand zich naar de ‘zoeker-fase’. Dit moment is beperkt te beïnvloeden vanuit zorgprofessionals. Maar áls iemand zoekende is, dan kun je de zoektijd wél verkorten en iemand zo snel mogelijk op de juiste plek brengen. Wat je dan wil is dat iemand jou opzoekt om te helpen in de zoektocht. Door tijdens de passantenfase een betrokken toon te hebben en aan te geven dat je ook beschikbaar bent als iemand toe is aan bijvoorbeeld wat beweging of het stoppen met roken, is de kans groter dat iemand sneller via een professional hulp zoekt. Vervolgens is het van belang om echt goed te luisteren naar iemands behoefte en doel en het aanbod zo zichtbaar en toegankelijk mogelijk te maken. En soms als laatste zetje een stapje verder te gaan, bijvoorbeeld door het even voorstellen van een collega die een groep begeleid in de wijk of iemand aan te melden als daar formulieren bij komen kijken bijvoorbeeld.
Ervaringsdeskundige
“Het was zo fijn toen de POH zei: ik meld je wel even aan joh, in plaats van dat ik dat ook allemaal nog zelf moest doen. Want ik doe het dan gewoon niet, maar nu ga ik al een jaar naar die sportgroep!”
2. Invloed van systemen
Voor een leefstijlverandering is naast passende hulp ook een sociaal vangnet met name tijdens terugval noodzakelijk. Mensen met een lage SES hebben een minder goed vangnet als het gaat om gezondere keuzes, omdat de ongezonde leefstijl meer in de eigen cultuur zit. Mensen met een lage SES roken vaker, hebben meer en vaker overgewicht en drinken meer alcohol.
‘Iedereen bij ons thuis is te zwaar, wat maakt het uit.’
‘Mijn man houdt ook van me als ik dik ben, hij vindt het ook gezelliger als ik gewoon mee-eet met wat hij eet’.
Als terugval niet goed opgevangen begeleid wordt, dan wordt het vaak uitval. Alle domeinen kunnen hier iets op ondernemen, bewoners kunnen elkaar steunen, zorgverleners kunnen bereikbaarder zijn voor dit doel en er kan ook meer kennis over gedeeld worden.
De kennis en daarmee urgentie om actie te ondernemen onder bewoners over de risico’s van bijvoorbeeld overgewicht is lang niet altijd aanwezig. We spraken meerdere bewoners die aangaven dat een kind met overgewicht wordt veroorzaakt door genetische aanleg.
‘De een is zwaarder dan de ander, daar heb je niet veel invloed op’.
Actieve bewoner
“Met onze informatiemarkt bereiken we vooral zoekers, mensen die niet zoeken zullen ons voorbij lopen. We kunnen dus beter voor die zoekers een stapje extra zetten, in plaats van op iedereen in te zetten.”
3. Werken met ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen
Wetenschappelijk onderbouwde kennis rondom leefstijl is vaak niet bekend bij professionals. Je kunt dan vertellen wat er bekend is, maar lang niet altijd kan iemand dat eigenmaken. Zeker rondom leefstijl zijn mensen ook sceptisch. Ook denken ze prima te weten wat bijvoorbeeld iemand met een lage SES nodig heeft. Maar het is fijn om te merken dat zorg- en welzijnsprofessionals bewust onbekwaam worden tijdens de gesprekken. Aannames kloppen vaak niet en door een écht mens in de wijk, wordt dat sneller als betrouwbare informatie gezien. Het is wel van belang dat er iemand bij is die weet wat wel en geen betrouwbare informatie is. Je wil ook geen N=1 keuzes. Maar het helpt heel erg om bij te sturen. En door de bewustwording van het eigenlijk niet zo goed weten en de realisatie dat je in een hoge SES toch maar beperkt kunt snappen hoe het in een lage SES is, wordt nieuwsgierigheid gewekt en gaan professionals steeds meer checken bij de ervaringsdeskundigen of het wel klopt wat ze denken.
